tijdlijn

Van de kleine topsportwereld naar de grote maatschappij. Wat gebeurt er als je topsport vaarwel zegt? Het zwarte gat zeggen ze wel eens. Maar is dat ook echt zo? Via deze blog probeer ik jullie een inkijk te geven in mijn integratieproces. 

Dag 7
Dag 14
Dag 21
Dag 35
Dag 45
Dag 63
Dag 81

Share/Bookmark

Dag 81

Van de kleine topsportwereld naar de grote maatschappij. Wat gebeurt er als je topsport vaarwel zegt? Het zwarte gat zeggen ze wel eens. Maar is dat ook echt zo? Via deze blog probeer ik jullie een inkijk te geven in mijn integratieproces. 
Tips of comments? Ik doe er iets mee! 
 

81 dagen heb ik ‘niks’ gedaan. 49 dagen zal ik officieel werkloos geweest zijn. Een veertigtal bladzijden sollicitatievoorbereiding heb ik geschreven. Dit is dan ook de laatste blog op deze website. 

Vacaturedatabanken waren al afgeschreven, buiten het feit dat ze mij nog eens gebeld hebben voor vier weken ‘telemarketing’. Netwerken werd het nieuwe solliciteren. Maar hierbinnen heb ik het toch net even iets anders aangepakt. Ik ben eens gaan opschrijven wat mijn kenmerken of ideeën zijn. Wat mijn gedachten zijn, hoe ik in het leven sta en hoe bedrijven in de markt staan. Daar ben ik overeenkomsten gaan zoeken. En als ik die zag, ging ik (al dan niet op een bestaande vacature) solliciteren. 

Een paar voorbeelden.

Philips. Een wereldwijd toonaangevend bedrijf in elektronica en lifestyle, internationaal gericht en dynamisch. Ik werd niet uitgenodigd. Overigens niet geheel onterecht.

Van Hessen. Via een lijnvlucht naar Shanghai een belangrijk man van dit bedrijf leren kennen. Leading in the world in sausage casings. ‘Guts & Glory’ volgens de website. Op dit moment geen passende (internationale) vacatures.

Coca Cola. Een van de grootste sponsors van het Internationaal Olympisch Comité. Tot op heden niks van gehoord. Open sollicitatie.

Nike. Wie kent het niet. Een coachingsfunctie in een logistieke omgeving. Twee rondes ver geraakt, goeie testen gemaakt, maar op een gegeven moment blijkt ervaring toch heel belangrijk te zijn. 

SuitSupply. Een jong Nederlands bedrijf in maatpakken met internationale uitstraling (Ranked N.1 Suit by Wall Street Journal) en voor mij een quasi zekerheid om in het buitenland te kunnen gaan werken. Gesolliciteerd voor een interne opleiding Master in Sales. Ik kon starten, maar heb het niet gedaan.

Colruyt. Een van de grootste supermarktketens in België en gevestigd in Halle, niet ver van Brussel. Een functie als werkvereenvoudiger beviel me wel. Waarom? Werk vereenvoudigen komt neer op een hogere efficiëntie en laat nu dat toevallig de kerntaak zijn van topsport. Vier rondes, inclusief praktische testen. Die proeven waren geen makkie, maar bijzonder interessant om te doen en blijkbaar waren ze er ook zeer tevreden over. Uiteindelijk ben ik toch afgehaakt. Op een gegeven moment moet je een keuze maken…

G-Star. Een bekend Nederlands denimmerk met hoofdkantoor in Amsterdam en met vestigingen over de hele wereld. Een van de punten, buiten de functie zelf natuurlijk, die mij aansprak was het ‘out of the box’ denken van G-Star. Telkens zijn ze op zoek naar innovatie, ook buiten de platgetreden paden, zoals de meubelcollectie Jean Prouvé By G-Star RAW for Vitra. Ook in (top)sport kan je bijvoorbeeld een seizoensplanning niet blijven kopiëren en moet je jezelf als coach of sporter telkens heruitvinden. Een succesvol idee of plan kan in een volgend seizoen ineens waardeloos worden…
Na een aantal gesprekken en een bijzonder leuke ontmoeting met het team was het voor mij helemaal duidelijk dat ik het graag wilde doen. Retail aqcuisition coordinator. Een overwegend franstalige functie die inhoudt dat ik me zal bezighouden met de pre-opening van de monobrand stores in Frankrijk. Ik kijk er naar uit! En wat is een betere dag dan 1 mei om te starten?

En de sport dan? Ook daar heb ik heel interessante mensen ontmoet en sportbedrijven bezocht. Neem zeker eens een kijkje op tripledouble.nl, sportcareers.be of stillmovin.be. Maar net als de culturele sector is ook de sportwereld enorm klein en liggen de banen er niet voor het oprapen. 
Ik blijf in ieder geval betrokken bij de (zwem)sport als lid van de atletencommissie van het BOIC en de Topsportcel zwemmen van de Vlaamse Zwemfederatie. Ook links en rechts blijf ik nog een aantal projecten doen in en rond de sport.

Conclusie, een zwart gat? Niet gezien, maar dat bepaal je ook grotendeels zelf. Neem initiatief. Ze komen je zelden halen. Of zoals ik gisteren in JFK las: “Of ik bang was voor het zwarte gat? Als je er niet over nadenkt, kun je er ook niet bang voor zijn.” ( Johan Cruijff)

 

twitter: @tomvangeneugden email: tvangeneugden@gmail.com
 

Share/Bookmark

Dag 63

Wat gaat het hard. Ondertussen zijn we ruim twee maanden na de lancering van deze youtube-hit. De lopende sollicitaties vallen, hopelijk, in een definitieve plooi, de Eindhoven Swimcup komt er weer aan en ik was vorige week getuige van een inspirerende presentatie over hoe je met gebreide stropdassen veel geld kunt verdienen. Genoeg stof voor een nieuwe blog dus. Zes, zeven of acht? Zoveel dat ik de tel al niet meer kan bijhouden. Of moet ik dan maar een boek gaan schrijven? Waarschijnlijk wel. Meer zelfs, ik ga een boek schrijven. Zeker. Definitief. Maar geen boek over zwemmen of over mezelf. Nee, dat niet. En wanneer? Dat weet ik niet, maar een twintigjarenproject is het alvast niet. Aan inspiratie en een goed verhaal in ieder geval geen gebrek…

Leuk en aardig natuurlijk, maar om even terug te gaan naar de essentie van deze blog. Hoe ben ik bezig het ‘zwarte gat’ te omzeilen. Vooral met solliciteren natuurlijk. En dat gaat vooralsnog prima, een voltijdse baan bijna. De verhalen en ontwikkelingen ga ik bewaren tot het einde. Het is zeker een boeiend proces en je leert er zo ongelooflijk veel mee. Over het solliciteren op zich, maar ook over jezelf. Eigenlijk zou je om de vijf jaar eens een maandje op sollicitatiestage moeten gaan…

Tussen dat ‘banenzoeken’ door, ben ik nog steeds assistent bij het professionele ‘banenzwemmen’. En daar zitten we momenteel in een interessante periode. Over exact een week is de Eindhoven Swimcup al aan de gang. Normaal zou dat de wedstrijd zijn waar ik mij zou proberen te kwalificeren voor de Olympische Spelen. Maar zoals je misschien al vermoedde, gaat die poging niet door. Ik zal wel vier dagen aanwezig zijn en met veel belangstelling de 1500m volgen, maar dat is het dan ook. Vorige week werd me nog gevraagd of ik in een soort rouwproces zat. Een logische vraag, maar nee, daar zit ik niet in. De reden daarvoor is natuurlijk dat het een weloverwogen en uitstekende beslissing was. Waar ik me nu wel meer en meer van bewust ben nu dat ik alles van een afstand overzie, is dat vooral het Belgische langeafstandszwemmen de laatste tien jaar ter plaatste is blijven trappelen. Daarover zou ik ook wel een boek(je) kunnen volpennen. Laten we hopen dat de jeugdige talenten in de nabije toekomst ook dát zwarte gat kunnen opvullen. 

Nu we het toch over opvullen hebben. Vorige week was ik aanwezig bij een bijzonder inspirerende kick off voor jonge ondernemers op Strijp-S. Dat is de oorspronkelijke Philips-site in Eindhoven, toekomstig reconversiegebied, en deel van Brainport. Je ziet, de locatie werd niet toevallig gekozen… Zo hoort het ook. Details maken het verschil. Ik heb daar veel geluisterd, rondgekeken en tips in m’n oren geknoopt. Tien jaar geleden waren ondernemers vooral vijftigplussers, vandaag twintigers of zelfs tieners. Geen gezin, geen huis of hypotheek, een studentenflatje, leven van pizza, maar ook zonder geld. Het zijn vooral die jongeren die er het laatste decennium in slagen om de gaten in de markt te vinden en op te vullen. Of hoe twee jongens met gebreide stropdassen de Nederlandse (TV-) mode op bijzonder korte termijn binnendrongen. Een succesverhaal. Maar ook die andere tachtig ‘groene’ entrepreneurs hebben prachtige plannen en bedrijven. Als er die avond een inspiratie- of motivatiethermometer gehangen zou hebben, waren alle records tot geschiedenis verworden… Kennis is macht, kennissen zijn machtiger.


twitter: @tomvangeneugden email: tvangeneugden@gmail.com
 

Share/Bookmark

Dag 45

Heb je altijd al eens in zo’n Speedo LZR willen zwemmen? Je weet wel, zo’n supersnel zwempak waarmee tientallen wereldrecords verbroken zijn in 2008 en 2009. Dan mag je er bij mij eentje komen lenen. Ik zou er wel geen wedstrijden mee zwemmen, want dat is al een tijdje niet meer toegelaten. Maar misschien wil je eens weten hoe moeilijk het is om zo’n zwempak aan te trekken en nadien drie dagen met kapotte vingers rond te lopen of hoe vreemd het voelt om er mee in het bad te duiken?

Waarom vertel ik dit? Wel, vandaag heb ik m’n kledingkast weer eens opgeruimd en ge-updatet. Dat doe ik regelmatig, maar vandaag was toch speciaal omdat ik al m’n zwempakken, badmutsen, zwembrillen en aanverwante outfits gesorteerd en opgeruimd heb. Een aantal klassieke- en vakantiezwembroeken houd ik over, al de rest gaat in tassen of dozen. Ik gooi niks weg. Hoe gaaf moet het zijn om over twintig jaar zo’n plastic fantastic zwempak boven te halen! Ik kwam trouwens 103 zwembroeken en -pakken tegen, waarvan veel dezelfde uiteraard. Bij m’n ouders thuis liggen er ook nog een dertigtal en ik vermoed dat ik er nog een tien- of twintigtal heb weggegooid. Dat wil zeggen dat ik op 22 jaar zwemmen bij benadering 150 zwembroeken en zwempakken heb gebruikt. Samengevat, één zwembroek per anderhalve maand. 

Een andere leuke constatering was dat ik het aandeel sportkleding danig naar beneden heb gehaald. Trainingspakskes maken plaats voor hemden en colberts, slippers en zwemvliezen voor classics. Dat is trouwens een interessant element aan voetbal. In trainingspak naar de wedstrijd, spelen in short en t-shirt en nadien de pers te woord staan in strakke pakken. Daar kunnen andere sporten nog wat van leren, toch?  Het oog wil ook wat en bovendien, ruimte voor extra sponsoring, reclame en uitstraling.

Een creatieve piste die misschien eens bewandeld moet worden…

‘Creatief’ het woord dat het meeste voorkwam op cv’s in 2011. En dus vast ook nu nog. En ook bij mij dus. Maar misschien moet je het nu net níet meer gebruiken om geen grijze muis te zijn. “Wow, die man is niet creatief, moeten we hebben!” Alhoewel, daar vrees ik voor. Maar hoe laat je dan eigenlijk zien in dat creatieve bos, dat je er toch uitspringt, dat je toch opvalt? Daar denk ik nu dikwijls over na. Ik heb twee mogelijke ‘oplossingen’ gevonden. Ten eerste kan je fysiek dingen doen die niet binnen je comfortzone liggen. Ik zou me dus kunnen richten op activiteiten die buiten m’n topsportachtergrond liggen, wat toch het grootste deel van m’n cv omvat. Een paar maanden geleden heb ik bijvoorbeeld geleerd, op een bescheiden niveau natuurlijk, espresso te maken. En nee, niet door op een knop te drukken. En vorige maand hebben we een workshop graffiti gevolgd bij een van de grootste street art kunstenaars van Europa, Karski. Je leert eerst de techniek en daarna heb je anderhalf uur om van scratch een eigen werk op te bouwen. Dan moet je creatief kunnen handelen. Ten tweede is er het denkgedeelte. Brainstormen werkt enorm goed, op de zetel, aan tafel, op de fiets, in de auto, in bed, overal. Boeken, films, TV-fragmenten, gesprekken, blogs, muziek, over van alles en nog wat. Hoe langer en hoe dieper je ergens over nadenkt hoe meer interessante linksrechtsgedachten er ontstaan die je dan misschien ooit kunt gebruiken om bijvoorbeeld problemen op te lossen of om concreet te zijn, bij sollicitatiegesprekken. Wat zou jij antwoorden als je gevraagd wordt wat voor jou de beste film is van eind 2011? Vast niet zo moeilijk. En als je moet zeggen, in vijf punten, waarom dat zo is? 

twitter: @tomvangeneugden email: tvangeneugden@gmail.com


Share/Bookmark

Dag 35

“Tom, je hebt ongeveer 75% meer kans een job te vinden via een netwerk dan via een vacaturedatabank.” Dat werd mij vorige week verteld. Een verrassing van dezelfde orde als bijvoorbeeld de kandidatuur van Antwerpen voor het EK zwemmen 2012. Groot dus. 75%, dat is heel wat. Nu ik dat eenmaal weet ga ik mijn sollicitatievisie toch enigszins bijsturen. Niet dat die slecht was, verre van, maar de focus kan net iets gerichter.

“Tom, binnen drie schakels kan je met iedereen in België of Nederland rond de tafel zitten.” Ook dat werd mij vorige week, door iemand anders uit de branche verteld. Interessant. Sowieso zou het leuk zijn om met deze stelling wat experimentjes uit te voeren. Maar dat is misschien voor later.

Twaalf jaar topsport is een lange tijd. Er zijn dus ook veel mogelijkheden om een netwerk op te bouwen. Ik moet eerlijk zijn, topsport opent veel deuren… maar je moet ze ook openhouden. En dat is een ander paar mouwen. Volgens mij, en corrigeer me als dat niet zo zou zijn, is dat een belangrijk deel van de definitie van een netwerk. Het is de bedoeling dat je mensen leert kennen, maar tegelijkertijd een positieve indruk achterlaat en ook laat merken dat jij, in dit geval ik, ook iets voor hen kan betekenen. Wisselwerking, teamwork, bij wijze van spreken. 

Ik heb dus een soort inventaris van mijn netwerk gemaakt. En dat is niet het aantal twittervolgers + facebookvrienden + adresboek = netwerk. In de topsport leer je heel goed structureel en stap voor stap te werken in plaats van in het wilde weg te handelen en dus zomaar lukraak mensen te contacteren die je op een of ander lijstje tegenkomt.

In het ‘wereldje’ zelf heb je op de eerste plaats de atleten en ex-atleten samen met de coaches en begeleidingsstaf. Wie staan er dan boven deze mensen? Al zou ‘naast’ misschien beter zijn. Bestuursleden, sportfederaties en andere overkoepelende sportorganisaties, zowel in binnen- als in buitenland. Als je eenmaal de vereiste prestatiecurve laat zien krijg je te maken met management- en marketingbureau’s. Onlosmakelijk verbonden met deze mensen zijn de sponsors. Toegegeven, grote sponsors moeten de zwemmerij nog steeds ontdekken, maar in andere sporten zijn ze des te belangrijker. Hoe beter de prestaties hoe groter de aandacht van, in eerste instantie, de sportmedia, en later eventueel van de niet-specifieke media. Dan zijn we aangekomen bij mensen die er eigenlijk weinig mee te maken hebben, maar die door hun maatschappelijke positie (gedwongen) met sporters te maken krijgen, bijvoorbeeld politici. Tenslotte, en dat vind ik een bijzonder boeiende categorie, ik zal ze even met een inspiratieloze term, ‘de toevallige ontmoetingen’ noemen. Dat kan bijvoorbeeld via Twitter of Facebook, maar net zo goed gewoon op straat. Twee voorbeelden. Vorige week was ik als gast aanwezig bij een les van een sportmanagementopleiding. In de pauze ontmoette ik een man van een tamelijk groot mediaconcern. Een heel interessant gesprek en toevallig bleek hij in z’n schaarse vrije tijd ook nog te zwemmen…  Ruim een half jaar geleden vlogen we naar Shanghai voor het WK zwemmen. In een vliegtuig praat je wel eens met de mensen rond je. De man achter mij bleek general manager te zijn, nee we vlogen voor één keer geen economy class, van de Chinese vestiging van een groot Vlaams bedrijf. Ik was al redelijk verdoofd door een slaappil toen het gesprek goed en wel op gang kwam, maar echt dramatisch kan het niet geweest zijn, want nadien hebben we nog goed contact gehouden. Van dat gesprek bestaat trouwens een hilarisch filmpje. Ik moet het eens opzoeken. Onder invloed van slaaptabletten kan je meer dan je denkt… Kortom, het is een groot netwerk van allerlei pluimage.

Concreet. Wat ben ik nu aan het doen, naast het traditionele solliciteren. M’n netwerk in kaart aan het brengen, het te gebruiken en te onderhouden. Geven en nemen. Heel belangrijk. Vooral dat nemen is makkelijk. Geven is soms moeilijk, maar ook des te interessanter, merk ik.

twitter: @tomvangeneugden email: tvangeneugden@gmail.com


Share/Bookmark

dag 21

Eén plus één is twee wordt wel eens beweerd. Vooral basisscholen schijnen hier nogal graag mee uit te pakken. Maar is dat wel zo? Een voorbeeld. Vorige week deed ik jullie een prachtig aftrainprogramma uit de doeken, vijf sessies, alles erop en eraan. Je zou denken dat wanneer er ineens 25 tot 30 uur per week vrijkomt en je maar vijf sessies zou moeten doen dat dit een makkie zou moeten zijn. Maar wat blijkt nu, op het moment dat het niet meer echt van ‘moeten’ is, wordt het in de praktijk toch net even anders. Vorige week werden het er drie, op moment van schrijven zit ik aan twee ‘aftrainingen’. Waar zit ‘t ‘m dan in? Structuur, structuur, structuur. De ene dag heb ik nauwelijks iets om handen, de dag erna rijd ik van afspraak naar afspraak. Lopen om 21u ‘s avonds en de volgende morgen om 5.45u eruit. Zo gaat dat nu eenmaal en het is dikwijls nog leuk ook.

Stel je voor dat m’n topsportleven er ook zo uitgezien zou hebben. Ik denk dat ik dagelijks een uur bezig geweest zou zijn om m’n whereabouts te updaten of aan te passen. Tot eind vorig jaar was dat overigens echt een hel. Zelden was een interface zo ongebruiksvriendelijk. Eind 2011 kwam hier verandering in. Omdat de verbeteringen zo opvallend goed waren, was het invullen bijna een feest. Maar vorige week kwam hier plots een einde aan:

Betreft: Wijziging van uw kwalificatie als elitesporter

… in overleg met uw sportvereniging werd beslist dat u, gezien u niet langer aan de voorwaarden voldoet, geen elitesporter meer bent vanaf heden…

En dan is het pas echt officieel. Zelfs inloggen op de Adams-website lukt niet meer.

Uit het bad, uit het systeem…

Nu wil het toeval dat ik een paar dagen voor m’n zwemafscheid jarig was. Ik kreeg o.a. ‘Getting Things Done’ van David Allen cadeau. Een soort handleiding om prettig, efficiënt en zonder stress te kunnen werken. Zonder er in eerste instantie bij na te denken besef ik nu dat dit eigenlijk een kopie is van de definitie van topsport. Je moet het graag doen, druk kunnen pareren en als je niet efficiënt bent in trainingen en wedstrijden kan je beter inpakken. Ik heb nu zo’n driekwart van het boek - het is eigenlijk vooral gericht op (top)managers met soms honderd to do’s tegelijkertijd - doorgenomen en ik merk dat ik door de jaren heen het principe van time management en efficiënt werken goed ontwikkeld heb, met hulp en coaching uiteraard. Ik wist, en weet nog steeds, wat het doel is en welke opeenvolgende stappen er ondernomen moeten worden, en vooral wat (tijdelijk) uit beeld moet blijven. Hoofdzaken van bijzaken onderscheiden. Maar ook letterlijk. Rommel in m’n huis zorgt voor rommel in m’n hoofd, en dat kan ik missen. Met dank aan de topsport. 

Trouwens, een opvallende vaststelling de laatste weken is de volgende: die topsportwereld is dikwijls een ieder-voor-zich-wereldje (correct geschreven?). Daar geloof ik absoluut niet in. Alleen door samen te werken kom je tot echt grootse prestaties. Topsport is teamwork. Nu valt me op dat ik de laatste weken enorm veel adviezen krijg en wie ik ook aanspreek iedereen is bereid om tijd te investeren. Niks ieder voor zich, mooi is dat!

Efficiënt zijn en samenwerken. Ook bij het omzeilen van het zwarte gat.

twitter: @tomvangeneugden email: tvangeneugden@gmail.com


Share/Bookmark

Dag 14

Exact twee weken zwemloos nu. Althans, professioneel bekeken dan. Recreatief, of aftraingewijs gezien, heb ik er ‘al’ twee zwemtrainingen opzitten. Het kan hard gaan ja, dat aftrainen. Misschien vraag je je af hoe dat in z’n werk gaat? Aftrainen is iets waar weinig consensus over bestaat. Ik ken ex-zwemmers die na het stoppen geen zwembad meer van binnen gezien hebben, terwijl anderen twee jaar later nog steeds drie of vier keer per week zwommen. Het plan is dat ik voor een middenweg ga. Het lijkt heel logisch dat na twaalf jaar topsport en na nog eens bijna dubbel zo lang gezwommen te hebben (ik begon in 1990), ineens stoppen niet gezond is. Je bouwt iets op en dat moet je dan ook afbouwen, toch? Toen ik zeven was zwom ik ook nog geen twintig uur per week en krachttraining deed ik al helemaal niet. Mijn aftrainplanning ziet er als volgt uit: één of twee zwemtrainingen, twee of drie looptrainingen en één groepssessie, voor onbepaalde duur. Een groepssessie? Waarom dat dan? Heel simpel, om m’n sociale contacten te verbeteren en uit te breiden. Zwemmen was en is tenslotte een heel individuele sport. Marcel Wouda, m’n coach of ex-coach of aftraincoach, noem het hoe je wil, stelde aanvankelijk voor om te gaan volleyballen. Maar dat heb ik toch vrij vlug van tafel kunnen vegen. Er is echt geen topvolleyballer aan mij verloren gegaan.

Een heel nieuw item in m’n leven is ondertussen ook de agenda. De meeste mensen gebruiken wel zoiets. Een papieren of tegenwoordig electronisch document waarin je je afspraken noteert zodat je niets vergeet. Erg handig merk ik nu. Als topsporter heb je zoiets helemaal niet nodig. Elke dag dezelfde strakke structuur. Mocht er iets in dat schema sluipen dan sloeg ik dat gewoon op in m’n hoofd (en in m’n whereabouts natuurlijk, maar daarover later meer uitleg). Nu niet meer. De laatste weken heb ik best veel afspraken met interessante mensen gehad en ik vermoed dat het alleen nog maar meer gaat worden. 

Ook de to do-list, had ik al, is nu een stuk uitgebreider geworden. Wie moet ik nog bellen of mailen of wat mag ik zeker niet vergeten? Ik moet alleen oppassen dat ik geen to do-list krijg met to do-lists op. Dan ben je verkeerd bezig.

Een paar coachesaanbiedingen zijn ondertussen ook binnen, hoewel mijn hoeveelheid trainersdiploma’s op dit moment nul is. Moeten ex-topsporters geen diploma’s halen dan? Ik vind van wel. In een verkort traject? Als het aan mij zou liggen wel ja. Wij hebben veel ervaring en kennis, maar coachen is veel meer dan alleen een programmaatje aflezen of ‘roepen’ (sowieso nooit goed) tegen sporters en projectie van een eigen carrière op jonge(re) sporters is de grootste fout die gemaakt kan worden. Daarom assisteer ik vanaf nu twee tot drie keer per week bij een groep ambitieuze zwemmers bij m’n club in Eindhoven. Ik vind het heel boeiend, je breidt je zwemkennis snel enorm uit en je krijgt toch bepaalde verantwoordelijkheden en ontwikkelt allerlei vaardigheden die je later, op korte of lange termijn, bij eender welke baan zeker kan gebruiken. Afhankelijk van hoe alles de komende weken loopt, wil ik dit graag blijven doen.

Wat ik in ieder geval niet doe is niks doen. Zo kreeg ik vorige week een email van iemand met als intro “Stilzitten is alleen goed als je geschoren wordt”.

twitter: @tomvangeneugden email: tvangeneugden@gmail.com


Share/Bookmark

Dag 7

Slapen, eten, zwemmen, studeren, slapen, eten zwemmen, studeren. Dat was mijn ritme, mijn gestructureerde leven van 2000 tot 2012. Alleen het studeren heb ik twee jaar geleden al kunnen afronden en kunnen inruilen voor extra slaap. Aan het zwemgedeelte kwam vorige week pas een einde. Dag topsportcarrière, welkom maatschappelijke carrière. Ook al zie je zo’n beslissing van kilometers ver aankomen, toch is het plots. Voor velen onverwachts. Voor mij gewoon het resultaat van twee weken goed nadenken, linksom, rechtsom en dan gewoon die knoop doorhakken, gewoon. Op een dag ga je slapen als profatleet en de volgende dag wordt je wakker en denk je, hak! Veel meer is het niet, in theorie dan. Praktisch gezien is dat een iets ander verhaal…

Topsporter zijn is van je hobby je werk kunnen maken. Fantastisch toch? Alhoewel, tot 2010 begon m’n ochtendtraining tussen 6:00 en 6:30u. Minimaal vier en soms tot zes uur per dag lag ik in het (dikwijls koude) water. Feest? Niet tijdens zware trainingsperiodes, of wedstrijdperiodes, of stages. Een sociaal leven? Vooral zwembadtegels maken intussen deel uit van m’n sociale netwerk. Of dat iedereen wel een mening over je heeft (nu is dat in het zwemmen natuurlijk wel minimaal)…

Maar topsporter zijn was ook een EK finale zwemmen voor eigen publiek, het mooiste zwembad aller tijden binnenwandelen terwijl 15.000 Chinezen uit hun dak gingen (voor wie wisten ze zelf ook niet waarschijnlijk), of tijdens de ochtendtraining iedereen zoek zwemmen en ‘s avonds zelf he-le-maal weggeblazen worden. Heerlijk, het mooiste beroep dat er is!

Maar dan ga je op een keer overstappen van die enge (in de betekenis van smal), kleine topsportwereld naar die gigantisch grote maatschappij. Oogkleppen af, uit de tunnel. En als er een ding is wat mij de laatste week opviel was het misschien dat wel. Of toch niet helemaal. Dit ook nog. De topsportwereld is een razendsnel wereldje. Als ik nu pijn heb aan m’n schouder wordt ik over vijf minuten behandeld. Als ik morgen denk keelpijn te hebben, zat ik gisteren al bij de dokter. Anticiperen, onmiddellijk. Maar volgens mij draait de normale wereld een versnelling lager. Gas terugnemen dus.

Als ik even terugkom op het strakke slapen-eten-zwemmen-ritme is zwemmen nu vervangen door solliciteren en verhuizen. Een cv schrijven, nooit moeten doen. Een sollicitatiebrief schrijven. Nooit moeten doen. Een appartement of huis zoeken. Nooit moeten doen. Dat werd wel even anders. Een cv schrijven heeft me twee volle dagen gekost. Niet omdat ik nu zoveel werkervaring moet opschrijven,  maar gewoon omdat ik er ook iets goeds van wil maken, eentje die opvalt. Eenmaal dat achter de rug moet je zo’n cv dus o.a. gaan uploaden in allerlei vacaturedatabanken. Maar daar wordt nog veel meer informatie van je gevraagd, gelukkig maar. Op een gegeven moment moest ik ergens een aantal sectoren selecteren waarbinnen ik wilde zoeken. Sport, klik (logisch), cultuur met al z’n onderverdelingen, klik (logisch), communicatie/media en alles wat erbij hoort, klik (altijd leuk en toch ook de laatste jaren veel mee te maken gehad en in verdiept). Dan kom je uit op ongeveer 25 tot 30 interessegebieden. Blijkt dat je er maar vijf definitief kan kiezen. Euhm, oogkleppen af toch?

Een paar dagen geleden deed ik iemand het aanbod om alle spatiefouten uit z’n onlangs gepubliceerde boek te halen voor de tweede druk (en die komt er waarschijnlijk wel). Oogkleppen, tunnel? Niks van. Het aanbod werd aanvaard.

Zoals een ex-collegazwemmer mij maandag zei: “Als je stopt gaat er een compleet nieuwe wereld voor je open en in eerste instantie blijf je het gaspedaal maximaal indrukken omdat je dat gewend bent. Dat is geweldig. Moet je doen.” 

twitter: @tomvangeneugden email: tvangeneugden@gmail.com

Share/Bookmark